In een heeeele grote wei staat een heeeel raar huis; wie zou daar wonen? Ineens gaat de voordeur open. Er komen heeeele rare mannen uit. Marsmannen. Vluchten!!!
Willen ze ons doodmaken? Ik denk dat ze ons niet willen doodmaken. Ze hebben me niet eens gezien. Toen tikte er iemand op mijn schouder. Whaaaaa, het is een marsman! ‘Hallo’ zeg ik. De marsman zegt: ie ooo. Bowiesowiegibodowie. Ik zeg: ‘ik snap jou niet’. ‘Giwoepasiekowie’ zegt de marsman. Ik was een stuk rustiger. Toen zei ik: ‘Hoe heet jij?’ De marsman zei: ‘Gierigje’. ‘Wat een rare naam’, zei ik. Nu was ik bijna vrienden met de marsman.
Ik wou naar huis en liep weer terug over de hele grote wei. Ik liep maar lang door, maar er tikte weer iemand op mijn schouder. Het was de marsman. Nu ben ik denk ik echt vrienden met de marsman. Toen ik thuis was wist ik het zeker; ik ben vrienden met marsman.
Geef een reactie